Tango · Dans · Improvisatie
Argentijnse tango: een gesprek tussen twee lichamen
Hoe Argentijnse tango door gedeeld initiatief, luisteren en reageren een rijker lichamelijk gesprek kan worden.
Read this article in English →
Videovoorbeeld: Valseando with a sense of freedom
We spreken in de tango vaak over leiders en volgers. Maar bijvoorbeeld tijdens een giro kan iets gebeuren dat moeilijk past in de eenvoudige beschrijving dat de ene danser leidt en de andere volgt. In het filmpje hierboven hebben de dansers elkaar op een gegeven moment losgelaten, één van beiden begint om de ander heen te lopen. De ander reageert zelfstandig, afwisselend toedraaiend en afkerend. De een danst korte accenten van de ritmesectie, terwijl de ander de langere bewegingen van bijvoorbeeld een vioollijn volgt. Ze dansen samen, maar zeggen niet precies hetzelfde. Toch beelden ze de muziek gezamenlijk uit, misschien zelfs vollediger dan wanneer ze hetzelfde zouden doen.
Een groot deel van de aantrekkingskracht van Argentijnse tango, en van samen dansen in het algemeen, zit in die vrijheid, in het lichamelijke gesprek. Twee mensen kunnen zonder choreografie, en soms zonder elkaar ooit eerder ontmoet te hebben, samen een complexe dans maken. Ze weten niet welke beweging over vijf seconden zal komen. Vaak weten ze dat één seconde van tevoren nog niet. Toch kunnen ze lopen, draaien, versnellen, vertragen en stilstaan zonder dat de dans uit elkaar valt.
Als we elkaar vasthouden in een abrazo, zoals de omhelzing in de Argentijnse tango heet, noemen we de twee traditionele rollen vaak leider en volger. Dat is begrijpelijk en praktisch. Als we op een traditionele milonga in een ronda, een kring, dansen, is er iemand die primair verantwoordelijk is om de dansrichting aan te houden, de ruimte voor zich in de gaten te houden en nieuwe bewegingen in te zetten. Maar die woorden verleiden ook tot een rolverdeling waarin uiteindelijk al het initiatief bij de leider komt te liggen en de volger vooral nog mag... volgen.
Net als bij sommige andere maatschappelijke patronen is dat iets waar je, als je er eenmaal heel erg aan gewend bent, moeilijk weer van loskomt. Dat merk je zelfs binnen de kaders van de tango zoals die nu al gedanst wordt. We moeten vaak opnieuw leren dat degene die een beweging inzet niet alles bepaalt wat daarna gebeurt. De ander kan, mag en op sommige momenten móét zelf keuzes maken in timing en beweging. De leider moet niet alleen rekening houden met de fysieke ruimte die de volger nodig heeft om überhaupt te bewegen, maar ook met de snelheid waarmee dat gebeurt, met vertraging, versieringen en het soms bewust iets langer laten doorlopen van een beweging. Goede tango is daarom nooit een lichamelijke versie van Simon Says, waarbij het ene lichaam opdrachten geeft en het andere zo nauwkeurig mogelijk gehoorzaamt.
Toch blijft er in de traditionele tango een echte asymmetrie bestaan. Het is meestal dezelfde persoon van wie verwacht wordt dat die telkens de nieuwe richting voorstelt. De ander heeft binnen wat daaruit ontstaat relatief veel vrijheid, zeker vergeleken met veel andere parendansen, maar opent zelden zelf een nieuwe tak van de dans.
Zouden we juist dat kunnen veranderen? Zou de taal die tango in ruim een eeuw heeft ontwikkeld — lopen, gewicht waarnemen, draaien, ruimte openen, elkaar via de torso voelen, luisteren naar muziek en voortdurend improviseren — niet ook een van de rijkste vertrekpunten kunnen zijn voor vrij samen dansen?
Daarvoor moeten we eerst iets beter begrijpen waaruit leiden en volgen eigenlijk bestaan, welke verschillen tussen de dansers werkelijk nodig of handig zijn, en hoe initiatief van de ene naar de andere danser kan gaan zonder dat de helderheid van tango verloren raakt. En liefst zonder dat we steeds de hele rol moeten omdraaien, inclusief wie welke kant van de abrazo inneemt.
Een dans die niemand ontwierp
Laten we daarvoor eerst naar de geschiedenis kijken. Tango werd niet door iemand bedacht. De dans groeide aan het einde van de negentiende eeuw in Buenos Aires en Montevideo, in een stedelijke wereld waarin Europese immigranten, criollo-culturen en Afro-Rioplatensische gemeenschappen elkaar ontmoetten. Muziek en beweging uit verschillende tradities raakten met elkaar vermengd en veranderden onderweg.
Er gaat een bekend verhaal rond dat mannen tango vooral met andere mannen leerden omdat er in Buenos Aires veel meer mannen dan vrouwen waren. Dat is zeker niet uit de lucht gegrepen. Er waren inderdaad grote groepen mannelijke immigranten en er zijn foto's en beschrijvingen van mannen die samen tango dansten. Maar bewijs dat tango als mannendans is ontstaan, of dat mannen alleen met elkaar oefenden om later met vrouwen te kunnen dansen, is er niet in die eenvoudige vorm.
Voor ons is vooral iets anders interessant: mannen hébben met mannen gedanst. Daarmee is meteen duidelijk dat de twee technische rollen nooit afhankelijk kunnen zijn geweest van een mannelijk en een vrouwelijk lichaam. De latere koppeling man leidt, vrouw volgt is een sociale traditie, geen natuurwet van de beweging.
Ook de bewegingstaal zelf veranderde voortdurend. In vroege beschrijvingen vinden we bewegingen die we nog steeds kennen, naast allerlei dingen die later verdwenen. De dans was geen systeem dat eerst werd ontworpen en daarna correct moest worden uitgevoerd. Dansers vonden oplossingen, namen ze van elkaar over, veranderden ze en lieten andere weer verdwijnen.
In de kern van de tango, en in wat de dans voor veel dansers — inclusief ondergetekende — aantrekkelijk maakt, zit de manier waarop je samen kunt improviseren. En dat kan mede dankzij de relatief duidelijke lichaamstaal die de tango daarvoor heeft ontwikkeld.
Niet weten wat er komt
Argentijnse tango heeft daarvoor een merkwaardige eigenschap: er hoeft bijna niets vast te liggen over de volgende stap. Beginners leren vaak een salida básica, maar dat is geen cyclus waarnaar de dans steeds moet terugkeren. De term die inmiddels misschien nog beter beschrijft waar de basis ligt, el caminar, het lopen, zegt eigenlijk meer.
Twee dansers kunnen een heel tangonummer uitdrukken met weinig meer dan samen lopen. Wel graag met iets meer aandacht en panache dan wanneer we naar de supermarkt sloffen, maar juist binnen dat eenvoudige lopen schuilt al een enorm scala aan mogelijkheden. Als improviserend muzikant was dat een van de dingen waar mijn hart meteen sneller van ging kloppen.
Naast lopen is tango natuurlijk nog veel meer. Na een stap kan nog een stap komen, maar ook een ocho, een giro, een parada, een kruising of iets heel anders. Zelfs wanneer de volgende stap of beweging komt, ligt niet vast. Je kunt op iedere tel stappen, dubbele tijd gebruiken, vertragen, een melodie volgen of blijven staan terwijl het orkest verder speelt. Je kunt zelfs een stap inzetten en niet afmaken, zoals bij een amague.
In plaats van de dans alleen te leren als een verzameling passen die je achter elkaar kunt uitvoeren, kun je hem daarom ook zien als een voortdurend veranderende situatie waarin je een gereedschapskist aan technieken gebruikt. Op ieder moment staan twee lichamen op een bepaalde manier ten opzichte van elkaar. Het gewicht staat hier, het vrije been daar, de torso's hebben een bepaalde hoek, er is een bepaalde afstand en misschien zit er nog beweging of rotatie in wat er zojuist gebeurde.
Vanuit die situatie zijn sommige dingen gemakkelijk mogelijk en andere niet. Na één beweging verandert de situatie en daarmee verandert ook wat er daarna kan.
Onderzoekers zoals Michael Kimmel beschrijven iets vergelijkbaars wanneer ze schrijven over de mogelijkheden die ervaren dansers tijdens het dansen in een situatie herkennen. Ook recent onderzoek naar de geometrie van tango laat zien dat de positie en gewichtsverdeling van de dansers sterk bepalen welke bewegingen vervolgens beschikbaar zijn.
Een ervaren danser kent daarom niet alleen veel figuren. Die ziet en voelt steeds beter wat er vanuit hier kan gebeuren. Daar komt nog iets bij: niet alles wat kan, is op dat moment ook een goed idee. Een grote draai kan technisch mogelijk zijn terwijl er achter je nauwelijks ruimte is. Een sacada kan geometrisch passen maar door de stapgrootte onprettig worden. Een beweging kan technisch perfect uitvoerbaar zijn en toch niets zeggen over de muziek die op dat moment klinkt.
Zo ontstaat steeds opnieuw een eenvoudig proces:
toestand → mogelijkheden → voorkeuren → nieuwe toestand.
Dat is voor mij een veel interessanter uitgangspunt voor improvisatie dan een catalogus van figuren.
De muziek kiest mee
Muziek heeft daarin een veel grotere rol dan alleen aangeven wanneer we moeten bewegen. Een scherp ritme van bandoneons of piano maakt andere bewegingen aantrekkelijk dan een lange vioollijn. Een plotselinge stilte kan uitnodigen om helemaal niets te doen. Een melodie die over meerdere maten spanning opbouwt kan aanleiding zijn een beweging juist langer te laten voortduren.
Wie veel tango danst en luistert leert zulke verbanden steeds beter voelen. Als muzikant ben ik me daar misschien sneller bewust van geweest. Bepaalde ritmes roepen voor mij bijna automatisch een bepaalde subset van alle mogelijke bewegingen op. Niet omdat de muziek voorschrijft dat ik precies die beweging moet doen, maar omdat sommige mogelijkheden op dat moment eenvoudig veel logischer en aantrekkelijker voelen dan andere.
De muziek komt dus niet pas nadat we hebben besloten wat we gaan doen. Ze verandert het landschap waaruit we kiezen.
En beide dansers horen dezelfde muziek. Dat betekent niet dat ze hetzelfde horen. De ene kan opgaan in het ritme terwijl de andere een melodische tegenstem volgt. Juist daarin kan tango prachtig worden. Twee lichamen hoeven niet voortdurend hetzelfde over de muziek te zeggen. Zolang hun bewegingen bij elkaar passen, kunnen ze verschillende stemmen laten horen.
Dat is ook een van de redenen waarom tango zo goed op veel verschillende soorten muziek blijkt te werken. Klassieke tangomuziek kan buitengewoon rijk zijn in ritme, melodie, tegenmelodie, frasering en contrast tussen instrumenten. Veel nontango is daarin eenvoudiger, iets wat traditioneel ingestelde tangodansers soms terecht als muzikaal minder interessant ervaren. Moderne muziek kan daarentegen weer veel rijker zijn in klank, laag, stereobeeld, textuur en de lichamelijke impact van een goede geluidsproductie. Tango schrijft niet voor welke van die eigenschappen we moeten dansen en kan daardoor verrassend veel verschillende muzieksoorten aan. Op sommige Milonga's zie je dat ook terug - klassiek, neo- en nontango wisselen elkaar af.
De muziek helpt bovendien bij de communicatie tussen de dansers. Een frase-einde, een stilte, een sterk accent of een verandering van instrumentatie wordt door allebei gehoord. Zulke momenten zijn natuurlijke plekken waarop een bewegingsidee kan eindigen, worden voortgezet of plaatsmaken voor iets anders. De muziek is daarmee niet alleen decor. Ze is bijna een derde deelnemer aan het gesprek.
Traditionele tango heeft ook al twee stemmen
Voor een gelijkwaardiger tango hoeven we de bestaande dans niet eerst af te breken. Veel van wat we nodig hebben zit er al in. Neem een ocho. De ene danser kan de beweging inzetten, maar daarmee ligt nog lang niet alles vast. De andere organiseert de eigen as, maakt de pivot en zet uiteindelijk zelf de stap. Hoe groot die stap wordt en hoe lang de beweging duurt, wordt onderdeel van wat de eerste danser vervolgens moet voelen.
Bij een giro wordt dat nog duidelijker. Eén danser kan de draai inzetten terwijl de ander eromheen stapt. Maar die buitenste danser zet echte stappen, met een echte lengte en snelheid. Daardoor ontstaat de werkelijke straal en het tempo van de giro. De danser in het midden kan dat niet vooraf volledig dicteren en moet blijven luisteren naar wat er daadwerkelijk gebeurt.
Maar op hoog niveau zie je regelmatig dat bewegingen die beginners sterk aan één rol koppelen in beide richtingen worden gebruikt. Mannen of traditionele leiders maken zelf ochos, bewegen rond hun partner, of worden door de traditionele volger in een planeo gedraaid. Soms wisselen rollen zichtbaar, maar vaak gebeurt iets subtielers: de basisrollen blijven herkenbaar terwijl een bepaalde functie voor een paar tellen de andere kant op loopt.
Binnen een beweging die door de ander is ingezet heeft de tweede danser bovendien ruimte om een eigen muzikale stem te houden. Een stap kan zacht of scherp worden neergezet. Een pivot kan een bepaalde frasering krijgen. Een vrije voet kan de muziek tekenen. Een beweging kan klein en ritmisch of juist ruim en vloeiend worden uitgevoerd, zolang dat past binnen wat de twee lichamen samen aan het doen zijn. Dat is een belangrijk onderscheid: een eigen stem hebben is niet hetzelfde als een nieuw initiatief nemen.
Voorstel, aanname en taakverdeling
Dus, de traditionele tango kent die tweede stem allang. Maar we willen onderzoeken hoe het zou zijn om echt een gelijkwaardig gesprek te hebben. Een nieuw initiatief begint met een voorstel. Eén danser laat via het lichaam een nieuwe mogelijkheid ontstaan. De ander voelt dat voorstel en kan het aannemen. Pas na die aanname wordt het iets wat ze samen gaan doen.
Daarna ontstaat tijdelijk een taakverdeling. Bij een ocho heeft degene die de beweging voorstelt andere taken dan degene die de ocho uitvoert. Bij een giro ligt die verdeling weer anders. De ene danser kan verantwoordelijk zijn voor het openen en onderhouden van een richting of rotatie, terwijl de ander de eigen balans, pivot, stap en werkelijke aankomst organiseert. Dat zijn geen hogere en lagere taken. Het zijn verschillende delen van dezelfde gezamenlijke beweging.
Juist in die taakverdelingen zit veel van de intelligentie die tango in de loop van zijn ontwikkeling heeft opgebouwd. Niet iedere asymmetrie is een probleem dat we moeten oplossen. Twee lichamen kunnen niet op dezelfde plek staan en veel bewegingen werken juist doordat ieder tijdelijk iets anders doet.
En dan zijn er de versieringen
Naast wat nodig is om de gezamenlijke beweging uit te voeren, bestaat nog een andere vrijheid: de versiering, de adorno.
Een versiering is optioneel. De beweging werkt ook zonder. Een vrije voet kan iets extra's tekenen, een ritmisch detail kan worden toegevoegd, een been kan een andere lijn maken. Vaak ontstaat zo'n versiering rechtstreeks uit iets wat de danser in de muziek hoort.
Het belangrijke verschil is dat de partner daarop niet hoeft te reageren.
Sommige dingen die ik doe zijn nodig voor mijn deel van onze gezamenlijke beweging. Andere dingen doe ik omdat ik binnen die beweging mijn eigen stem wil laten horen. Geen van beide betekent automatisch dat ik nu iets nieuws van jou vraag.
Dat onderscheid wordt belangrijk zodra beide dansers zelf nieuwe initiatieven mogen voorstellen. Anders wordt de dans onrustig. Als iedere kleine variatie of versiering door de partner wordt gelezen als een nieuwe uitnodiging, reageren beide lichamen voortdurend op boodschappen die nooit als boodschap bedoeld waren.
Goed luisteren betekent dus niet dat je op alles reageert. Goed luisteren betekent dat je kunt voelen waarop je moet reageren en wat je de ander gewoon kunt laten doen.
Dat lijkt in eerste instantie misschien een klein detail, maar het is volgens mij een van de voorwaarden om gelijkwaardige tango niet alleen vrijer, maar ook daadwerkelijk prettig dansbaar te maken.
Een nieuw voorstel
De interessante vraag is daarom niet hoe we alles symmetrisch krijgen, maar welke asymmetrie de beweging helpt en welke we alleen hebben behouden omdat traditioneel steeds dezelfde persoon leider of volger is.
Dat wordt nog interessanter door de asymmetrie van de abrazo zelf. De twee armen hebben verschillende functies. De arm rond de rug kan tijdens een draai verder inschuiven of juist ruimte moeten geven. De torso's staan niet altijd exact recht tegenover elkaar. Daardoor kan een beweging die op papier eenvoudig gespiegeld lijkt, aan de andere kant praktisch een andere uitvoering vragen.
Gelijkwaardigheid betekent dus niet dat beide mensen alles identiek moeten doen. Het betekent dat beide mensen toegang hebben tot dezelfde mogelijkheden en principes, terwijl de concrete taakverdeling rekening mag houden met de positie waarin hun lichamen zich werkelijk bevinden.
Stel we bekijken het zo: tijdens een beweging kan degene die haar niet heeft ingezet iets nieuws gaan voorstellen. Hoe beginnen we dat gesprek?
Stel dat A een giro heeft voorgesteld en B die heeft aangenomen. Terwijl de giro loopt doet B allerlei dingen die gewoon onderdeel zijn van de eigen taak. B kan daarnaast versieren. A hoeft daar geen nieuw initiatief in te horen.
Maar B kan ook iets doen met een andere bedoeling. B kan een mogelijkheid laten voelen voor wat hierna zou kunnen gebeuren. Misschien blijft een bepaalde rotatie bewust bestaan. Misschien verandert de oriëntatie van de torso op een manier die voor de huidige beweging niet nodig is. Misschien ontstaat een kleine projectie in een nieuwe richting. Of misschien wil B juist de bestaande beweging langer doorzetten dan A oorspronkelijk in gedachten had.
Voor de communicatie maakt het niet zoveel uit of dat een verlenging van het vorige idee is of iets geheel nieuws. In beide gevallen gebeurt hetzelfde: B doet een voorstel. Dat voorstel is nog geen beweging die A moet uitvoeren.
Dat lijkt me een belangrijk uitgangspunt voor een wederkerige tango: een nieuw initiatief wordt eerst aangeboden en wordt pas na aanname een gezamenlijke beweging.
Daardoor hoeft initiatief niet bevochten te worden. Ik hoef jou niet fysiek de richting in te trekken die ik bedacht heb. Ik hoef alleen voldoende informatie te geven om jou te laten voelen dat daar een mogelijkheid ligt. Als jij die mogelijkheid aanneemt kunnen we hem samen ontwikkelen. Als je hem niet aanneemt kan ik hem weer laten verdwijnen, door niets te doen of mee te blijven gaan in jouw voorstellen.
Een voorstel kan bovendien geleidelijk verschijnen. Terwijl jij nog bezig bent een frase af te maken kan ik al iets kleins laten ontstaan voor wat daarna zou kunnen komen. Als improviserend muzikant voelt dat vertrouwd. Aan het einde van de solo of frase van een ander kun je voorzichtig enkele noten toevoegen. Niet om te zeggen: hou op, nu ben ik aan de beurt, maar om een mogelijke volgende richting hoorbaar te maken. De ander kan ruimte maken, erop antwoorden of nog even doorgaan.
Tango als de ideale basis voor vrij samen dansen
Tango bezit een bijzondere combinatie van eigenschappen. De dans heeft een verfijnde taal ontwikkeld voor gewicht, as, richting, rotatie en afstand. De abrazo geeft voortdurend informatie over het lichaam van de ander. Er is geen vaste choreografie nodig. Stilstand is toegestaan. De muziek kan ritmisch, melodisch en dynamisch op allerlei manieren worden geïnterpreteerd. De beweging kan klein genoeg blijven om tussen tientallen andere koppels te functioneren en tegelijkertijd technisch enorm rijk worden.
En bovenal heeft tango meer dan een eeuw ervaring met een behoorlijk ingewikkeld probleem: hoe kunnen twee mensen samen bewegen terwijl nauwelijks iets over de volgende beweging vastligt?
Daarmee is tango voor mij niet alleen een mooie dans, maar mogelijk een van de beste basissen voor vrij gezamenlijk dansen.
Contact improvisation onderzoekt een deel van hetzelfde gebied vanuit een andere geschiedenis en met andere mogelijkheden, bijvoorbeeld door veel verder te gaan in gedeeld gewicht, vloerwerk en veranderende oriëntaties. Andere partnerdansen hebben weer andere oplossingen gevonden. Maar tango heeft iets bijzonders in de combinatie van voortdurend contact, duidelijke lichaamstaal, improvisatie en toepasbaarheid op veel verschillende muzieksoorten.
Als iedereen vanaf het begin de hele taal leert, ontstaat daarom iets dat verder gaat dan “zowel kunnen leiden als volgen”. Je leert hoe je een lichamelijk voorstel doet zonder iemand te dwingen. Je leert hoe je een beweging aanneemt zonder passief te worden. Je leert welke delen van een gezamenlijke beweging jouw verantwoordelijkheid zijn, waar je vrij kunt spelen zonder iets van de ander te vragen en hoe je kunt laten merken dat je zelf een nieuwe mogelijkheid ziet. En er komt ook nog veel meer vrijheid voor het invullen door dansers met verschillende ervaringsniveaus, iets wat vaak grote invloed kan hebben bij een traditionelere rolverdeling, maar in dit geval veel meer ruimte laat voor een natuurlijkere balans.
Je leert ook een voorstel weer los te laten. Dat laatste is misschien net zo belangrijk als goed initiatief kunnen nemen. Vrij gezamenlijk dansen werkt alleen wanneer niemand het nodig vindt zijn idee te winnen. Tango heeft daarvoor al een prachtig hulpmiddel: we kunnen altijd even niets doen.
Een etiquette in en buiten de abrazo
Dat contact geeft ons een heel rijk communicatiekanaal. Via de abrazo voelen we gewicht, projectie, rotatie, richting, spanning en ontspanning. We voelen of een lichaam aankomt of juist door wil. Vaak voelen we al vóór een stap welke mogelijkheid wordt voorbereid. Maar ook zonder abrazo volgen we elkaar - we blijven op elkaar gericht, meestal met het hele bovenlijf, soms even alleen met het gezicht.
Daarom lijkt het niet nodig om voor een wederkerige tango een compleet nieuwe gebarentaal te bedenken. Liever niet zelfs. Een soort Morsecode waarbij een bepaalde schouderbeweging altijd “ik neem nu over” betekent, zou de dans waarschijnlijk eerder armer dan rijker maken.
Interessanter is om te onderzoeken welke informatie de bestaande tangotechniek al bevat en hoe we die in beide richtingen leesbaar kunnen maken. Een van de interessante momenten is het einde van een beweging. Vaak komen beide lichamen daar in een toestand waarin opnieuw veel mogelijkheden beschikbaar zijn. Maar degene die zojuist vooral een ontvangen beweging uitvoerde kan ook bewust niet helemaal terugkeren naar de meest neutrale positie. Een bepaalde torsie kan blijven bestaan, een projectie kan zichtbaar worden, de verbinding kan aangeven dat er nog iets doorloopt.
Dat kan een uitnodiging zijn: volg eens wat ik hier zie. Om dat betrouwbaar te laten werken hebben we een paar eenvoudige omgangsvormen nodig. Een beweging waarin al duidelijk gewicht of momentum zit krijgt voorrang boven een nieuw voorstel dat ermee botst. Een voorstel begint klein genoeg om niet afgedwongen te worden. Wie iets voorstelt geeft de ander ruimte om het wel of niet aan te nemen. Na aanname respecteren beide dansers de taakverdeling die bij de ontstane beweging hoort. En als twee dingen tegelijk gebeuren en niemand meer precies weet wat de ander bedoelt, hoeft er niemand te winnen. Vertragen of stilstaan is nog steeds gewoon tango.
Gelijkwaardigheid vraagt geen gelijktijdigheid
Een van de bezwaren tegen dansen zonder vaste leider ligt voor de hand. Als beide dansers mogen kiezen, wat gebeurt er dan wanneer ze tegelijkertijd iets anders willen?
De traditionele rolverdeling lost dat probleem simpel op. Eén persoon krijgt standaard het initiatief om het volgende gezamenlijke pad te kiezen. Maar wij zijn op zoek naar een gesprek waar beide dansers mogen voorstellen, het gesprek op de dansvloer mogen voeren zonder dat een van de twee het gesprek domineert.
In een gesprek kunnen immers twee mensen ook gewoon volledig gelijkwaardig aan een gesprek deelnemen. Meestal maar één van hen tegelijk spreekt, maar het is geen lange monoloog. We hebben allerlei subtiele manieren geleerd om te laten merken dat we doorgaan, afronden, iets willen toevoegen of iemand ruimte geven. Soms praten we kort door elkaar heen en één van beiden geeft vanzelf ruimte.
Jazz werkt op een vergelijkbare manier. Een saxofonist kan een solo spelen terwijl drummer, bassist en pianist bepaald niet passief bezig zijn. Ze nemen voortdurend beslissingen binnen hun eigen taak en kunnen het muzikale karakter sterk beïnvloeden. Soms ontstaat uit een idee van de drummer of bassist een nieuwe richting die door de hele groep wordt overgenomen. Niemand hoeft bij iedere maat vast te stellen wie formeel de leider is.
Dat onderscheid is ook bruikbaar voor tango. Er kan verschil zijn tussen initiatief en regie. Ik kan gedurende een hele muzikale frase veel regie hebben over de richting van de dans terwijl jij binnen die frase een uitgesproken eigen stem houdt. Jij kunt ondertussen een klein nieuw voorstel doen zonder daarmee onmiddellijk alle regie over te nemen. Als ik daarin meegaat, kan de regie langzaam naar jou verschuiven.
Gelijkwaardigheid vraagt dus geen gelijktijdigheid, en ook geen boekhouding waarin we iedere acht tellen controleren of beide dansers evenveel invloed hebben gehad. De vrijheid zit erin dat beiden mogen spreken en beiden geleerd hebben te luisteren.
Iedereen leert de hele taal
Als we die kant op willen, heeft dat ook gevolgen voor hoe tango wordt onderwezen. Iedereen zou vanaf het begin dezelfde bewegingsprincipes kunnen leren: lopen, pivoteren, voorwaartse en achterwaartse ochos maken, rond de partner bewegen, zelf centrum van een draai zijn, ruimte openen en innemen, voorstellen doen en voorstellen aannemen.
Dat betekent niet dat beginners alles meteen tegelijk moeten proberen. Integendeel. Om communicatie goed te leren is het vaak nuttig een oefening tijdelijk heel asymmetrisch te maken.
De ene danser krijgt bijvoorbeeld alleen de taak om een gewichtsverplaatsing voor te stellen, de andere alleen om te voelen en aan te nemen. Daarna wisselen ze. Vervolgens wordt onderzocht wat er tijdens een ocho werkelijk verdeeld is: wat moet degene die hem voorstelt doen en wat organiseert degene die hem uitvoert zelf? Daarna kan vrije versiering worden toegevoegd, met de nadrukkelijke afspraak dat die geen nieuw voorstel is. Pas daarna krijgt degene die de beweging uitvoert de mogelijkheid om tijdens de uitvoering alvast iets nieuws aan te bieden.
Zo kun je symmetrisch leren, tijdelijk asymmetrisch oefenen en uiteindelijk vrij asymmetrisch dansen. Dat heeft nog een tweede voordeel. Iedereen kan veel gemakkelijker iedereen iets leren.
In traditioneel onderwijs kan iemand na jaren volgen bijzonder veel weten over hoe een ocho voelt en uitgevoerd wordt, maar veel minder ervaring hebben met het aanbieden van de rotatie. Een ervaren leider kan op zijn beurt duizenden ochos hebben ingezet zonder de beweging zelf vaak te hebben gemaakt.
Als beide dansers beide kanten kennen kun je letterlijk zeggen: doe jij eens wat ik doe, dan ga ik op jouw plek staan. Je kunt een probleem niet alleen uitleggen maar elkaar laten voelen wat er gebeurt.
Dat maakt kennis veel minder afhankelijk van rol. De docent blijft natuurlijk belangrijk, maar hoeft niet de enige persoon in de zaal te zijn die kennis kan overdragen. Iedereen krijgt meer gereedschap om met iedere partner te onderzoeken waarom iets wel of niet werkt.
Als we de klassieke abrazo behouden, waar zeker wat voor te zeggen is, dan betekent dat ook dat we alle bewegingen binnen die abrazo ook in spiegelbeeld moeten kunnen inzetten. Dat geeft ook mogelijkheden en ruimte - veel van de huidige bewegingen hebben een sterke voorkeursrichting vanuit de houding die we traditioneel nemen waarbij aan een kant handcontact is en aan de ander armcontact.
Niet de figuur, maar de positie begrijpen
Al vanaf dicht bij het begin van de tango zijn er leerprincipes geweest waarbij we in plaats van alleen te leren hoe een bepaalde figuur gaat, we leren herkennen vanuit welke positie welke mogelijkheden ontstaan, en uit welke technieken die mogelijkheden bestaat.
Een sacada is dan niet alleen een sequentie van passen die je uit het hoofd leert. Je leert wat er werkelijk gebeurt: de ene danser verlaat ruimte en vanuit een bepaalde geometrie kan de ander die ruimte innemen. Vervolgens kun je onderzoeken op hoeveel verschillende manieren zo'n situatie kan ontstaan.
Hetzelfde met een ocho. Welke toestand maakt een pivot mogelijk? Wat verandert als de andere danser beweegt? Wat gebeurt er als beide dansers pivoteren? Kan dezelfde techniek in de andere richting of door het andere lichaam worden uitgevoerd? Hoe gaat het als in de traditionele abrazo de gespiegelde partij de ocho inleidt?
Zo wordt een figuur geen recept maar een herkenbaar geval van een algemener principe. En dan wordt het ook veel gemakkelijker om te begrijpen waarom sommige mogelijkheden voorkeursmogelijkheden zijn. Niet alles wat technisch kan werkt even prettig. De positie van de voeten telt mee, de abrazo, de rugarm die wel of niet kan inschuiven, het momentum, het verschil in lengte tussen de dansers, de beschikbare ruimte op de vloer en natuurlijk de muziek.
Als je alleen de figuur kent, weet je één route. Als je begrijpt waarom de figuur vanuit deze toestand werkt, begin je het landschap te lezen, en begint de creativiteit pas écht: we hebben een beweging eindigt en staan ieder in onze eigen as, op 1 standbeen. Nu kan ik je voet verschuiven van je niet standbeen. Welke kant op maakt niet uit. Optillen kan zelfs in bepaalde omstandigheden. Ik kan door blijven schuiven tot een pivot, met het ene been schuiven en dan na een stap met het ander terugschuiven. Jij kunt het initiatief overnemen en mijn voet terugschuiven naar waar het vandaan kwam - dit laatste wordt nu ook al vaker gedaan in de traditionele tango.
En ontstaat er dan een misverstand? Juist die zijn ook interessant. Als een adorno telkens per ongeluk als voorstel wordt opgevat, was het signaal misschien onduidelijk en kun je samen uitzoeken of aan een andere danser of dansdocent vragen waarom. Soms gaat het mis op zo'n leuke manier dat het inspiratie geeft voor iets totaal nieuws.
Een gesprek met twee stemmen
Dat brengt ons uiteindelijk terug bij het beeld waarmee we begonnen: twee dansers bewegen in een giro. Eén van hen heeft de beweging ooit ingezet, maar dat zegt niet alles over wat er daarna gebeurt. De ander bepaalt mede de snelheid en geometrie, hoort een eigen lijn in de muziek en geeft die vorm. De eerste danser luistert en past zich aan. Misschien ontstaat uit die tweede stem ondertussen een klein voorstel voor het vervolg. De ander voelt het, geeft ruimte, en zonder dat iemand formeel heeft aangekondigd dat de rollen nu zijn omgedraaid verschuift het initiatief. En even later kan het weer de andere kant op gaan.
Dat hoeft niet te betekenen dat de traditionele tango fout is of dat niemand meer leider of volger mag willen zijn. Soms is het heerlijk om een hele tanda grotendeels te volgen. Soms heeft iemand een muzikaal idee waar je graag minutenlang in meegaat. Soms werkt een duidelijke tijdelijke asymmetrie simpelweg het beste.
Gelijkwaardigheid zit niet in de verplichting dat beide mensen voortdurend evenveel initiatief nemen. Ze zit in de mogelijkheid dat ze het allebei kunnen.
Dan wordt de abrazo niet een kanaal waardoor één lichaam vertelt wat het andere moet doen, maar een plaats waar twee mensen voortdurend informatie delen over wat er gebeurt en wat er zou kunnen gebeuren. Er kan een voorstel komen, een aanname, een tijdelijke taakverdeling. Binnen die beweging kunnen twee muzikale stemmen bestaan zonder elkaar te storen. Versieringen kunnen gewoon versieringen blijven. Een nieuw voorstel kan zich al aandienen voordat het vorige idee helemaal verdwenen is.
Daarmee blijft de tango herkenbaar. Er blijft structuur, er blijven verschillen in taak, er blijven momenten waarop één persoon veel meer regie heeft dan de ander. Alleen hoeft niet vooraf voor de hele dans vast te liggen wie aan welke kant van die verschillen staat. Noem het misschien gewoon de emancipatie van zowel de volger als de leider, die veel meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen naar wat ze kunnen en willen.
Voor mij is dat geen breuk met de tango, maar juist een vrij natuurlijke volgende stap in een dans die altijd al draaide om improvisatie, luisteren en reageren op wat er werkelijk gebeurt. Tango heeft ons al een uitzonderlijk rijke taal gegeven om samen te bewegen.
Laten we samen die volgende stap gaan zetten.
Voor wie verder wil lezen over de ideeën achter dit artikel:
Michael Kimmel — Intersubjectivity at Close Quarters: How Dancers of Tango Argentino Use Imagery for Interaction and Improvisation Een bijzonder interessante analyse van tango als gezamenlijke lichamelijke improvisatie. Kimmel onderzoekt hoe dansers voortdurend mogelijkheden herkennen in elkaars houding, beweging en positie, en hoe twee mensen zonder choreografie toch als één bewegend systeem kunnen functioneren. Lees het artikel bij De Gruyter
Luna Beller-Tadiar — Queer/Tango/Theory: Gendered Semiosis, Dancing the Binary, and Dancing on Out Een recente studie van queer tango waarin juist de communicatie tussen de dansers centraal staat. Beller-Tadiar schrijft over wederzijds luisteren, initiatief, interpretatie en role-switching, en over het interessante overgangsgebied waarin niet meer vanzelfsprekend vaststaat wie leidt en wie volgt. Lees het open-access artikel bij Cambridge University Press
David Kaminsky — Social Partner Dance: Body, Sound, and Space Een breder boek over sociale partnerdans, gebaseerd op onder meer tango, salsa, lindy hop en blues. Kaminsky kijkt naar partnerdans als samenspel tussen jezelf, je partner, de muziek en de ruimte, en onderzoekt ook waarom lead/follow zo'n effectieve oplossing is voor het coördinatieprobleem van twee improviserende dansers. Juist daarom vormt zijn werk een interessante tegenstem bij het voorstel in dit artikel. Bekijk het boek bij Routledge